Op 1 november 2018 verscheen Het woedeboek bij Uitgeverij Hollands Diep.


Met afstand een van de beste poëzie-debuten van de afgelopen jaren.

— Ellen Deckwitz op De Morgen


Wat een krachtig en emanciperend poëziedebuut.

— Dieuwertje Mertens in Het Parool


De grootste verrassinng van het jaar; een dichter die even genadeloos durft te zijn tegenover God, zichzelf én zijn lezer.

— Thomas Möhlmann in Awater


Wat doe je met de woorden van je voorouders als je breekt met hun gebruiken en tradities, en met hun god? Kun je daar wel mee breken, als die woorden in je om blijven gaan? Of is traditie misschien precies waar je – zelfs als je zou willen – niet mee kunt breken? Omdat je dan zou moeten breken wie je bent.

Het woedeboek gaat over geloof, ongeloof, wrok en hoop. Een zelfverzekerde stem legt genadeloos zijn onvermogen bloot.


Met uiterste precisie, én met speels en lyrisch taalgebruik, legt Ten Napel een diepe en zelfdestructieve eenzaamheid bloot.

— Jury Grote Poëzieprijs


Roelof ten Napel excelleert in een poëtisch proces van aantrekken en afstoten, van zekerheid en twijfel, die niet zonder elkaar kunnen

— André Keikes op Tzum


Een onheilspellend poëziedebuut heeft zijn opwachting gemaakt

— Ruben Hofma in het Friesch Dagblad


“Je weet, en dat is het knappe, op een gegeven moment niet meer of hij het tegen zijn geliefde, tegen zijn starre vader of tegen God zelf heeft. Door de nauwkeurige samenstelling verschuiven de accenten in deze bundel continu. Gedichten die los een liefdesgedicht zouden zijn, vormen door de rest van de tekst ook een afscheid van het vertrouwde. Kritische bespiegelingen over de kerk worden door het narratief dat de bundel verbindt, ook een verkapt oordeel over de voorouders.

Natuurlijk is het al knap als je één sterk gedicht schrijft, maar de ingenieuze wijze waarop de verzen elkaar in dit werk versterken, zorgt ervoor dat ze hoog boven zichzelf uitstijgen. Het woedeboek bewijst de meerwaarde van compositie.”

— Ellen Deckwitz op De Morgen


Het woedeboek is een intense, beklemmende, maar ook tedere en kwetsbare bundel.

— Joost Baars, winnaar VSB Poëzieprijs 2018


Het 'hooglied' zindert van fysieke hartstocht

— Piet Gerbrandy in Awater


Het woedeboek is opmerkelijk origineel. Het kent een uitstekende compositie en de 55 gedichten, doorvoeld geschreven en met een zorgvuldig afgewogen taalomgang, zijn sterk verbonden onder meer doordat dezelfde titels steeds terugkeren als waren het perspectieven, identiteiten of muzen: 'wolf,' 'magnolia,' 'machine.' Thema's als zelfbewustzijn, homoseksualiteit, woede, liefde en vooral geloofsontbinding dienen zich aan, en overkoepelend de thema's vernietiging en bevrijding. (...) Er spreekt een krachtige vastbeslotenheid uit de gedichten. (...) Onheilspellend is dit boek, en in zijn onheilspellendheid een vlammende verschijning.”

— Ruben Hofma in het Friesch Dagblad


Het woedeboek is een door en door religieus boek, dat subtiel laat zien hoezeer praten met God en erotiek in elkaars verlengde liggen. En omdat het bij een innerlijkg esprek vaak niet duidelijk is wie zich tot wie richt, heeft de dichter de persoonlijk voornaamwoorden 'ik', 'jij', en 'hij' op zo'n manier ingezet dat het soms ongewis blijft naar wie ze verwijzen; dat wisselt zelfs binnen één en hetzelfde gedicht. Het roept de vraag op in hoeverre niet alleen God, maar ook de geliefde een projectie of een extensie van de spreker is.”

— Piet Gerbrandy in Awater


“In [deze] gedichten toont de verteller zich kwetsbaar en wanhopig. Toch wordt hij nergens pathetisch. Hij geeft voldoende tegengas in gedichten vol (Bijbelse) verwijzingen en sterke, oude metaforen, zoals in het gedicht dat de titel Woede draagt waarin de verteller zich tot zijn schepper verhoudt: 'mijn lichaam getuigt van een oeroud / woedend vuur, dat aan mij likt, / en van mij brandt, hoewel er niks verteert — // en daarin ergens leeft een hitte / die mij begeert, die ik begeer, waarin ik / opga, met ontzagwekkende dorst' Wat een krachtig en emanciperend poëziedebuut.”

— Dieuwertje Mertens in Het Parool


Het woedeboek is uiterst secuur en vol van patronen – een doordacht bouwwerk – maar weet dan toch lekker voorbij het cerebrale te glippen. Daar zit de zinnelijkheid van woede, verval, troost, schoonheid.

— Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands 2017-2019


“Platteland, strenggelovig milieu, hypocrisie – het thema lijkt zelfs nog in de eenentwintigste eeuw wel verplicht in de Nederlandse literatuur – hebben hier een betekenisvolle rol gekregen. Ten Napel speelt met gevoel voor klank en ritme en toepasselijke christelijke symbolen een uitgekiend spel van suggestie en mystificatie.”

— André Keikes op Tzum