Op 12 oktober 2017 verscheen Het leven zelf bij Uitgeverij Atlas Contact.


Emotioneel, maar altijd helder en analytisch: waar veel andere schrijvers er allang voor hadden gekozen om terug te vallen op tranen & tissues, daar blijft Ten Napel via zijn personages dóórdenken over de gebeurtenissen

— Sebastiaan Kort in NRC Handelsblad (****)


Wanneer Amos besluit te stoppen met wedstrijdzwemmen, kan hij niet voorzien welke gevolgen dat zal hebben – voor hemzelf, voor vrienden, en voor mensen ver van hem vandaan. Het brengt ons langs een werkvakantie in Frankrijk, twee jongens in de duinen, een zolder vol foto's en ten slotte terug naar de rand van het water.

Hoe raken we elkaar? Hoe scheren we vlak langs elkaar heen? Het leven zelf is een roman over de moeite die we doen om onze omgeving bijeen te houden, en wat ons desondanks ontglipt.

Het is het verhaal van een jongen die plotseling begon te zinken, en de mensen die hem zagen gaan.


Een indrukwekkende ode aan het herinneren

— Jelmer Soes, NBD Biblion


Al is Amos er zelf vanaf enig moment niet meer, zijn contouren worden door alle elkaar overlappende en aanvullende verhalen steeds duidelijker. Samen leggen de anderen bloot wat Amos over het hoofd gezien heeft: dat er meer lijn zat in wie hij was en wat hij deed dan hij vermoedde. Dat hij er voor die anderen toe deed.

— Liliane Waanders op Hanta


“Ragfijne roman, fenomenaal geschreven, direct en gelaagd tegelijk. En ondanks het zware onderwerp – de zelfmoord van een jonge man – is het een ode aan wat het leven de moeite waard maakt: liefde, vriendschap, familie, het vermogen tot contact, tot troost, tot levenslust, ook als die vermogens niet altijd toereikend zijn. Wat een mooie, tedere roman!”

— Joost Baars, auteur van Binnenplaats


De gevoeligheid waarmee Ten Napel schrijft, grenst soms aan die van Italo Calvino en Georges Perec, wiens roman Een man die slaapt overeenkomsten vertoont met Het leven zelf. Ten Napel mikt hier en daar recht op het hart.

— Wout Vlaeminck in Ons Erfdeel


“In de coulissen van de verhalen is Amos steeds aanwezig. Hij komt langzaamaan als personage uit de verf in de woorden die de personages voor hem kunnen vinden. Ze tasten, zoeken, filosoferen, beschouwen. Hoe goed ken je een ander? Welke rol speelt toeval in je leven? Welk beeld krijgt een overleden geliefde in je herinneringen? Hoe geef je vorm aan het schuldgevoel dat je beklijft als een dierbare zelfmoord heeft gepleegd? De kracht van deze ingetogen, verstilde roman zit hem niet alleen in de puntgave poëtische stijl of de ragfijne gelaagdheid van het verhaal, maar vooral ook in de organische opbouw.”

— Juryrapport vakjury Beste Boek voor Jongeren