Op 6 januari 2020 verscheen In het vlees bij Uitgeverij Hollands Diep.


je snijdt in het lichaam van je volk, omdat je hier
een god vermoedt, omdat goden zijn waar doden vallen,
goden zijn waar mensen tot vijand worden benoemd —
je snijdt in het lichaam van je volk omdat je zoekt
naar de god die je nog doden moet


In het vlees gaat over de vraag wat het betekent pijn te lijden, lief te hebben en te sterven – en voor wie je dat doet.


Huiveringwekkend goede gedichten

— Marjolijn de Cocq in Het Parool


Ten Napel maakt van Judas een complexe figuur, een ontroerende, individuele spreekstem die een contrast vormt met de meer essayistische sonnetten

— Sander Becker in Trouw


In het vlees draait grotendeels om dezelfde vragen en thema’s die veelal het debuut kenmerkten maar hier komen ze op de voorgrond te staan. Daar voegt Ten Napel deze keer explicieter rouw en het zieke of andersoortig lijdende lichaam aan toe, en een politieke dimensie door zich af te vragen wat het is om samen een volk te zijn. Hij probeert de zeer lichamelijke ervaring van pijn in de gedichten te vangen: het soort pijn van een lichaam dat schade aangebracht wordt, maar ook een gevoel als rouw, dat zich als fysiek gevoel kan uiten.”

— Maarten Buser voor Athenaeum


Doordrenkt van een intellectueel, filosofisch én doorvoeld lijden (dat bijna gelijk is aan liefhebben)

— Marjolijn de Cocq in Het Parool


“Dit werk lijkt zich niet tot de lezer te richten, lijkt er zelfs nauwelijks rekening mee te houden (...) Dat zou geen probleem zijn als de gedachtegangen niet zo particulier waren en de beelden niet zo schaars. En muziek, zingende zinnen, zo goed als absent. Waar is de poëzie eigenlijk in deze gedichten? Als die er is, houdt ze zich goed schuil, 'lurking', als in het citaat van Dickinson.

“De bundel (...) biedt mij als welwillende lezer niets waar ik me aan kan laven, in mee kan voelen, me door kan laten verrassen of kan laten meeslepen. Ik lees over pijn, maar ik voel er niets bij, en ik kan me niet verplaatsen in de ik omdat de dichter 'filosoofs' praat, geen doorleefde of beeldende taal.”

— Kiki Coumans in Awater


“Als klap op de vuurpijl is er in dit compositorisch doorwrochte hoogstandje nog een appendix; een bundel buiten de bundel vanuit het perspectief van 'het uitschot' Judas Iskariot; de apostel die Jezus heeft verraden.”

— Marjolijn de Cocq in Het Parool


De cerebrale indruk wordt nog eens onderstreept met maar liefst vijf motto’s voordat je aan het eerste gedicht begint. Dat is echt te veel en schept gelijk afstand van het lichamelijke thema van veel van de gedichten.

— Maarten Buser voor Athenaeum


“Judas werd om zijn verraad verstoten en tot zelfmoord gedreven, terwijl hij in zekere zin slechts het plan van God uitvoerde. Ten Napel maakt van Judas een complexe figuur, een ontroerende, individuele spreekstem die een contrast vormt met de meer essayistische sonnetten.”

— Sander Becker in Trouw