Op 6 januari 2020 verscheen In het vlees bij Uitgeverij Hollands Diep.


Een uiterst boeiende, intense en uitdagende dichtbundel

— Alfred Schaffer in De Groene Amsterdammer


Huiveringwekkend goede gedichten

— Marjolijn de Cocq in Het Parool



Doordrenkt van een intellectueel, filosofisch én doorvoeld lijden (dat bijna gelijk is aan liefhebben)

— Marjolijn de Cocq in Het Parool


Strenge abstractie wordt verluchtigd met dikwijls bedrieglijk eenvoudige beeldspraak

— Alfred Schaffer in De Groene Amsterdammer


“Wie voor het eerst In het vlees opslaat, de dikke bundel waarmee Roelof ten Napel zijn poëziedebuut Het woedeboek (2018) opvolgt, kan het gevoel krijgen getuige te zijn van een ontsnappingskunstenaar die de voorbereidingen treft voor een buitengewoon complexe en risicovolle act.”

— Gaston Franssen op De Reactor


Een even uitvoerige als gulle bundel ... Schitterende regels ... Met groot gevoel voor enjambement

— Jeroen Dera in De Standaard


Een openbaring! ... Intense poëzie van de buitencategorie die boeit, woelt, tergt en niet loslaat.

— Paul Roelofsen op Meander


In het vlees is een diepgravend onderzoek naar de relaties tussen geloof, met name het verlies daarvan, lichamelijke pijn en gemeenschapszin.

— Gaston Franssen op De Reactor


“De bundel opent met een reeks van liefst 140 sonnetten gevolgd door de zinderende cyclus 'Het uitschot: Iskariot' waarin de dichter die vaste vorm loslaat ... De dichter heeft zijn 140 sonnetten van Romeinse nummers voorzien, maar die staan in de bundel niet in de juiste volgorde. ... Het is alsof de dichter een narratief aan diggelen heeft geslagen.”

— Jeroen Dera in De Standaard


Ten Napel maakt van Judas een complexe figuur, een ontroerende, individuele spreekstem die een contrast vormt met de meer essayistische sonnetten

— Sander Becker in Trouw


“Ik besluit uiterst langzaam en hardop te (her)lezen en merk ... dat toon en ritme van de gedichten me nu gaan bekoren en dat zich ondanks (of mede dankzij) de complexe syntaxis de intenties ervan me min of meer bereiken. Ik raak gefascineerd!”

— Paul Roelofsen op Meander


In het vlees draait grotendeels om dezelfde vragen en thema’s die veelal het debuut kenmerkten maar hier komen ze op de voorgrond te staan. Daar voegt Ten Napel deze keer explicieter rouw en het zieke of andersoortig lijdende lichaam aan toe, en een politieke dimensie door zich af te vragen wat het is om samen een volk te zijn. Hij probeert de zeer lichamelijke ervaring van pijn in de gedichten te vangen: het soort pijn van een lichaam dat schade aangebracht wordt, maar ook een gevoel als rouw, dat zich als fysiek gevoel kan uiten.”

— Maarten Buser voor Athenaeum


“Als klap op de vuurpijl is er in dit compositorisch doorwrochte hoogstandje nog een appendix; een bundel buiten de bundel vanuit het perspectief van 'het uitschot' Judas Iskariot; de apostel die Jezus heeft verraden.”

— Marjolijn de Cocq in Het Parool


Waar is de poëzie eigenlijk in deze gedichten?

— Kiki Coumans in Awater


“Judas werd om zijn verraad verstoten en tot zelfmoord gedreven, terwijl hij in zekere zin slechts het plan van God uitvoerde. Ten Napel maakt van Judas een complexe figuur, een ontroerende, individuele spreekstem die een contrast vormt met de meer essayistische sonnetten.”

— Sander Becker in Trouw